Hoe maak je duurzaamheid meetbaar?

Duurzaamheid meetbaar maken, zodat het niet blijft bij alleen maar roepen hoe duurzaam je bent. Daar bleek bij veel ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen en overheden in Regio Foodvalley behoefte aan te zijn. Maar hoe doe je dat? Een aantal partijen is in 2019 Living Lab Regio Foodvalley Circulair gestart, met als doel grip te krijgen op circulariteit en duurzaamheid en zo de transitie te versnellen. Binnen het Living Lab zijn verschillende werkplaatsen. Een daarvan is ‘meetbaarheid van circulariteit’. Inmiddels zijn er concrete stappen gezet, zo vertelt André Hek van Alfa Accountants en Adviseurs, een van de initiators van Living Lab Regio Foodvalley Circulair.

Hek benadrukt dat de focus niet alleen lag op circulariteit. “Gaandeweg hebben we geleerd dat circulariteit een stap te ver is voor het MKB. Daarom hebben we ons tot en met heden beperkt tot duurzaamheid in brede zin.” De accountant laat zien dat het niet zo gek is dat Alfa een drijvende kracht is achter het Living Lab. “Duurzaamheid en circulair ondernemen zijn al jaren een van onze speerpunten. Het zit als het ware in ons DNA en we willen een bijdrage leveren aan de duurzaamheidstransitie in deze regio, met name in het MKB.” 

“Al jaren leggen wij het financiële plaatje van de MKB-ondernemer vast, wij willen daar graag niet-financiële informatie met betrekking tot duurzaamheid aan toevoegen. Hoe gaat een onderneming bijvoorbeeld met mensen om, met eigen personeel en relaties, maar ook met grondstoffen, transport of de natuur.” 

 

Alfa zag dat er heel wat vragen leefden. Wat is duurzaamheid eigenlijk? Wat betekent het voor het MKB? Waar loop je tegenaan bij het invoeren van duurzaam werken? En vooral: hoe krijg je er grip op, hoe maak je het meetbaar? “En dat is nou juist onze corebusiness”, zegt Hek. “Al jaren leggen wij het financiële plaatje van de MKB-ondernemer vast, wij willen daar graag niet-financiële informatie met betrekking tot duurzaamheid aan toevoegen. Hoe gaat een onderneming bijvoorbeeld met mensen om, met eigen personeel en relaties, maar ook met grondstoffen, transport of de natuur.” Dat is allemaal best in prestaties vast te leggen, laat Hek zien. “Denk bijvoorbeeld aan microgrammen CO2-uitstoot of het aantal fietskilometers, of de verhouding van het aantal mensen met afstand tot de arbeidsmarkt dat werkzaam is in de onderneming.”  

Praktijk

Er bleek binnen Regio Foodvalley belangstelling te zijn om standaarden voor duurzaam werken te ontwikkelen naar een bruikbaar dasboard. “Het is mooi om te zien dat er in de regio enthousiaste ondernemers zijn die intrinsiek gemotiveerd zijn om duurzaamheid als beleidsthema in hun onderneming op te pakken”, vindt Hek. Vanaf de herfst van vorig jaar heeft het Living Lab een aantal sessies georganiseerd, met telkens zo’n twintig deelnemers. Hek: “Eerst hebben we samen gekeken wat we precies willen. Hoe kunnen we de soms abstracte VN-doelstellingen voor duurzaamheid in 2030 behapbaar maken en vertalen naar kleinere organisaties? Daarna zijn we gaan onderzoeken welke rapportagemodellen en certificeringsprogramma’s er zijn om hier vervolgens in de praktijk mee aan de slag te gaan.” 

Tijdens sessies werd ingegaan op de Sustainable Development Goals (SDG) van de Verenigde Naties, de People Planet Profit, oftewel de Drie P’s of de GRI-aanpak (Global Reporting Initiative). Ook wordt het zogenaamde ‘6-stromenmodel’ of ‘6-kapitalenmodel’ onderzocht, waarin niet alleen wordt gekeken naar financiële waarde, maar ook naar de waarde van natuur, mensen, kennis(delen), sociaal domein en hoe je een product maakt. Twee bedrijven – waaronder Wing Process Consultancy in Wageningen – gaan het model in de praktijk implementeren. Daarnaast wordt gekeken naar de praktische voordelen van de zogenaamde B Corp, een prestigieus internationaal certificaat (Benefit Corporation) dat Alfa zelf al jaren heeft. Dat is niet alleen geschikt voor dienstverlenende bedrijven, maar ook voor productie en research. Dopper en Waka Waka zijn bijvoorbeeld gecertificeerd. En binnenkort ook Van Oossanen Naval Architects uit Wageningen, dat zich toelegt op de optimalisatie van plezierjachten en commerciële schepen om significant ‘groener te varen’.

 

“Hoe een onderneming bijvoorbeeld met mensen omgaat, met grondstoffen, transport of de natuur, is allemaal best in prestaties vast te leggen.”

André Hek, Alfa Accountants en Adviseurs

 

Ideale methode

Van Oossanen zit in de laatste fase om het B Corp Certificaat te verkrijgen. “Het impact assessment loopt en we hopen dit jaar rond te zijn. Per 1 januari 2021 zullen dan onze beide bedrijven gecertificeerd zijn”, zegt managing director Niels Moerke. Het familiebedrijf startte in 1992 en sinds 2012 zwaaien Moerke en Perry van Oossanen er de scepter. In 2014 werd met een tweede bedrijf gestart, Hull Vane, dat ‘onderwaterspoilers’ voor schepen maakt. Dit product zorgt dat een schip met veel minder weerstand door het water gaat en daardoor minder brandstof verbruikt, met als gevolg minder CO2-uitstoot. Er werken nu in totaal bijna dertig mensen in de beide bedrijven. Moerke: “We hebben de filosofie om duurzaam te werken, maar ook efficiënt. Dat sluit mooi aan bij de doelen van B-Corp. We willen niet alleen roepen dat we duurzaam zijn, maar dat ook meetbaar maken.” 

Dat is precies de kern van B Corp: je formuleert doelen op gebied van duurzaamheid en je legt vast wat je daaraan doet. Het gaat dan bijvoorbeeld om hoe je met je personeel omgaat, je relaties, waar je je materialen vandaan haalt, bestuurlijke integriteit of wat de impact is op het milieu, legt Moerke uit. In totaal zijn er meer dan honderd B Corp-punten om op te scoren. Om alles in kaart te brengen heeft het bedrijf Bent Vrusch aangenomen, die net is afgestudeerd op het inventariseren van te nemen stappen voor B Corp-certificering. “Het is best een klus voor een MKB-bedrijf, maar zeker niet onhaalbaar”, concludeert Moerke. “Omdat we veel internationale relaties hebben, is dit voor ons de ideale methode. Om de drie jaar vindt er een accreditatie plaats. Het wordt een sport om steeds beter te eindigen, natuurlijk. En om hoger te scoren dan Alfa”, zo besluit hij lachend.

“Best een klus voor een MKB-bedrijf, maar zeker niet onhaalbaar”

Versnellen

De deelnemers aan het Living Lab Regio Foodvalley Circulair nemen de ervaringen mee in hun onderzoek naar de beste methodes om duurzaamheid te meten en te versnellen in de regio. “Zo wil Wing haar afnemers triggeren om hun duurzame doelen ook vast te leggen”, vertelt Hek. En Moerke probeert dat bij de toeleveranciers van Van Oossanen en Hull Vane ook. Op zo’n manier creëer je bewustwording in de hele keten, zo betoogt Hek. “De volgende stap is om binnen een bepaalde sector tot één standaard te komen. Alfa is in overleg met Transport & Logistiek Nederland om een financiële benchmark te ontwikkelen. Het zou mooi zijn als deze kan worden aangevuld met duurzaamheidsgegevens. We werken aan een pilot voor de transportsector in Regio Foodvalley. Als de impact is bewezen, dan kunnen we uitbreiden naar andere regio’s en andere sectoren. Zo ontstaat een olievlekwerking.”  

Download Groei #6

Dit artikel is onderdeel van ons magazine Groei. Benieuwd naar alle artikelen? Download het magazine gratis.

Download Groei #6 (pdf, 11,21 MB)
Naar overzicht