Snel op zoek naar tijdelijke, betaalbare woningen

Elke week geven wij aandacht aan een regionaal project uit het magazine Groei. Deze week flexibele woonvormen.

Flexibele woonvormen

Er is grote behoefte aan een flexibele schil rond de woningvoorraad, zo benadrukt Reedijk. Het Expertisecentrum Flexwonen geeft advies, publiceerde een handreiking voor gemeenten en voerde onlangs een pilot uit voor Ede, Barneveld en Wageningen. De eerste stap is: in beeld krijgen wat de behoefte is en hoe de doelgroep eruit ziet. “Spoedzoekers melden zich vaak niet”, weet Reedijk. “Het gaat dus om een verborgen vraag.” Tijdens de pilot voor de drie gemeenten in Regio Foodvalley is de behoefte in kaart gebracht door onder meer te spreken met zorginstellingen, woningcorporaties en onderwijsinstellingen. Ook zijn gegevens, zoals die van het CBS, vertaald naar de regio en in het onderzoek betrokken.

Uit de pilot kwam naar voren dat de verschillende groepen spoedzoekers veel groter zijn dan verwacht. “Vooral de groep arbeidsmigranten is groot”, zegt Reedijk. “Het is lastig om aantallen goed in te schatten, omdat deze groep niet bij gemeenten bekend is. Ze willen zich niet permanent vestigen, maar zoeken tijdelijke woonruimte. We zijn dus aangewezen op informatie via werkgevers.” Voor arbeidsmigranten zijn weinig goede oplossingen op de woningmarkt beschikbaar. “Dat leidt vaak tot te veel mensen in één woning, soms met overlast tot gevolg”, schetst Reedijk de situatie.

Brede doelgroep

Er moet eerst een beeld zijn van de vraag, voordat naar oplossingen kan worden gezocht. “Gemeenten krijgen het vaak niet scherp”, ervaart Reedijk. “Het gaat om een heel brede doelgroep, die ook nog eens divers van samenstelling is. Zowel alleenstaanden als jongeren en gezinnen maken er deel van uit. In de handreiking voor gemeenten hebben we de doelgroepen gestructureerd naast elkaar gezet.” Uit de inventarisatie kan een globale vraag gedestilleerd worden die vervolgens de basis vormt voor het zoeken naar mogelijkheden. “We kijken naar ontwikkelingen die kansrijk zijn. Bouwkundig kan er vaak heel snel een oplossing worden gevonden, maar procedures kosten veel tijd.”

De uitdaging zit vooral in de business case, zo stelt Reedijk. “Of het nu gaat om gemeentelijke of particuliere initiatieven, de vraag is: Kan het uit? Daarnaast moet het passen in het ruimtelijk beleid. Staat de provincie het toe? Wat betekent het voor de woningbouwopgave en de planvoorraad? En niet onbelangrijk: accepteert de omgeving het?” Het thema flexwonen is nog relatief nieuw, maar Reedijk merkt dat het nu echt bij veel overheden op de agenda staat. “Provincie Gelderland heeft al aangegeven meer ruimte aan flexwonen te bieden, zolang de plannen maar kwalitatief goed zijn.”

Van bewustwording naar doen

De toegenomen vraag naar flexibele woonvormen speelt echt overal, ziet Reedijk. “De vraag is nu: Hoe komen we van bewustwording naar doen?” Dat vereist lef, zo stelt hij. “Je moet soms door schotten heen breken, ook binnen de gemeente. En wees transparant, neem omwonenden mee, dan is de kans groter dat het goed gaat.” Gewoon beginnen, adviseert hij kortom. En dat hoeft niet altijd op kleine schaal. Reedijk: “Wees niet bang voor omvang. Juist als je op een wat grotere schaal aan de slag gaat kun je makkelijker een mix maken van verschillende doelgroepen en is er veel meer mogelijk.

Lijsterhof Barneveld

Woningstichting Barneveld heeft op een tijdelijke locatie in het centrum van Barneveld 22 verplaatsbare permanente woningen gerealiseerd voor de huisvesting van statushouders. De woningen van de Lijsterhof blijven maximaal tien jaar op deze plek.

De gemeente stelde de grond  voor de Lijsterhof ter beschikking, maakte deze bouwrijp en zorgde voor een zo kort mogelijke vergunningsperiode. “Timing is cruciaal in de aanloop van zo’n project”, is de ervaring van Helen Halma, senior projectleider investeringsprojecten van Woningstichting Barneveld. “Er waren veel bezwaren van omwonenden, dus het is heel belangrijk om goed in contact met de omgeving te blijven.”

Halma is tevreden over de technische staat van de energiezuinige huizen, waarin rekening is gehouden met verplaatsing. Nu de woningen er drie jaar staan, wordt alvast vooruit gekeken. “Zo moeten we uitzoeken hoe het zit met de regelgeving rond herplaatsing van de woningen”, zegt Halma. “De vraag is bijvoorbeeld of je dan onder de nieuwbouwregels valt.” Flexibele concepten hebben hoe dan ook toekomst, zo stelt ze. “We werken aan een gezonde mix van permanent en flexibel vastgoed. We kijken naar nieuwe concepten die op de markt komen. De vraag is groot, er komen niet genoeg gezinswoningen vrij. En het aantal alleenwoners neemt toe, daar kunnen dit soort concepten ook een oplossing voor zijn.”

Opstapwoningen Nijkerk

Woningstichting Nijkerk (WSN) heeft in september vorig jaar aan de Dominee Kuyperstraat 28 tiny houses gerealiseerd. Zeven van deze opstapwoningen zijn bestemd voor jongeren en zeven voor jonge statushouders. De andere veertien woningen zijn bestemd voor tijdelijke huur aan spoedzoekers uit verschillende doelgroepen. Vanuit een stabiele situatie kunnen zij op zoek naar een definitieve woonoplossing. Na twee jaar eindigt het huurcontract van hun opstapwoning.

De tiny houses hebben een woonoppervlak van 39 vierkante meter en zijn heel energiezuinig. Zonnepanelen zorgen voor eigen energieopwekking. Het zijn prefab woningen met een massief houten casco, die binnen één dag in twee delen worden geplaatst. De tiny houses zijn voorzien van een keuken, een badkamer, een woonkamer met vide, een aparte slaapkamer en een eigen voordeur en terras. Ze zijn eenvoudig te verplaatsen en voldoen aan het Bouwbesluit voor niet-permanente bouwwerken.

Naar overzicht