Boerenijs wijst de weg naar streekproducten FoodValley regio

Kees van Ginkel: “Het is zo mooi om van je eigen melk boerenroomijs te maken.”
Kees van Ginkel: “Het is zo mooi om van je eigen melk boerenroomijs te maken.”
In de winkel aan huis verkoopt Dikkie naast de zelfgemaakte zuivelproducten ook streekproducten van collega’s.
In de winkel aan huis verkoopt Dikkie naast de zelfgemaakte zuivelproducten ook streekproducten van collega’s.
Op de Kleine Hope wordt een vijfde deel van de melk gebruikt voor de bereiding van onder meer yoghurt, vla en boerenijs
Op de Kleine Hope wordt een vijfde deel van de melk gebruikt voor de bereiding van onder meer yoghurt, vla en boerenijs

De naam zegt het al: IJs- en zuivelboerderij De Kleine Hope in Renswoude is geen groot bedrijf. Eigenaars Kees en Dikkie van Ginkel streven ook niet naar groei. Ze koesteren hun 40 melkkoeien, bereiden en verkopen zelf hun zuivelproducten en genieten van het buitenleven met hun gezin. “Het is zo mooi om van je eigen melk boerenroomijs, yoghurt en vla te maken”, zegt Kees van Ginkel. “Onze producten zijn écht anders. Dat wil ik graag veel meer laten zien.”

De Kleine Hope ligt in het prachtige buitengebied van de FoodValley regio, net ten zuiden van Renswoude en Scherpenzeel. Fietsers en campinggasten uit de nabije omgeving komen hier in de zomer graag een boerenijsje eten. In de winkel aan huis verkoopt Dikkie naast de zelfgemaakte zuivelproducten ook streekproducten van collega’s. Kees zorgt voor de koeien op de boerderij. Naast melkkoeien houdt hij jongvee op zijn bedrijf. Een kalfje, dat net deze ochtend geboren is, ligt nog bij te komen in de wei.

Boerenbedrijf voortzetten

Kees van Ginkel ging als jongste zoon aanvankelijk aan de slag als timmerman. Maar in 2000 nam hij toch de stap om het boerenbedrijf van zijn vader over te nemen. “We hadden destijds melkkoeien en vleesvarkens”, vertelt Van Ginkel. “Om het bedrijf goed te kunnen voortzetten hebben we besloten om een keuze te maken en ons volledig op de melkveehouderij te richten.” Met 30 koeien gingen Kees en Dikkie vervolgens op zoek naar een activiteit om de inkomsten uit de melkveehouderij aan te vullen.

“Een zuivelaar hier in de buurt stopte ermee en vroeg of wij niet verder wilden met het maken van zuivel”, blikt Van Ginkel terug. De melkveehouder kon de pasteur overnemen, een machine waarmee de verse melk wordt gepasteuriseerd en verschillende zuivelproducten kunnen worden bereid. “Zo zijn we begonnen met het maken van vla, yoghurt en ijs.” In de loop der jaren is het assortiment uitgebreid. De Kleine Hope produceert nu boerengarde yoghurt, vruchtenyoghurts, verschillende soorten vla, karnemelk, slagroom en boerenijs in diverse smaken.

De Kleine Hope verwerkt ongeveer een vijfde deel van de melk tot eigen producten. De rest gaat naar de melkfabriek. Met de afschaffing van het melkquotum begin dit jaar is de melkprijs gedaald. “Veel melkveehouders hebben hierop ingespeeld door meer koeien te nemen”, weet Van Ginkel. “Terwijl het voor de melkprijs beter was geweest als we allemaal een paar minder koeien zouden gaan houden.” De realiteit is dat ook Van Ginkel het aantal koeien iets heeft uitgebreid, naar 40. “We groeien liever niet, maar we willen ook niet onder de grens zakken van een financieel gezond bedrijf”, verklaart hij de stap. Verder uitbreiden van de melkveehouderij is met de huidige hoeveelheid grond ook niet mogelijk. De melkveehouder kan met de hectares die hij bezit zelf nog voorzien in voer voor de koeien en heeft genoeg afzetmogelijkheid voor de mest.

Ambachtelijk

Kleinschalig produceren is mooi, maar er hangt wel een prijskaartje aan, erkent Van Ginkel. “De ontwikkeling van de voedselprijzen gaat ook niet gelijk op met de toegenomen kosten”, benadrukt hij. “Ik weet nog dat een liter melk een gulden opleverde. Alles is duurder geworden, maar we vinden dat voedsel goedkoop moet blijven.” Toch ziet hij toekomst voor zijn ambachtelijk geproduceerde streekproducten. “Mensen willen weten waar hun voedsel vandaan komt.”

Sinds enige tijd is De Kleine Hope lid van coöperatie Boerenhart. Veertien agrarische bedrijven uit de Gelderse Vallei en de Veluwe nemen deel aan deze coöperatie, die logistiek, marketing, communicatie en verkoop van de streekproducten van haar leden verzorgt. “Zelf contact onderhouden met onze afnemers en de producten transporteren is lastig om erbij te doen”, zegt Van Ginkel. “Zuivel maken is ons werk. Daar kunnen we ons nu op concentreren.” De zuivel van De Kleine Hope is onder meer te vinden in lokale supermarkten, waar Boerenhart aan levert. ,,Het mooie is dat Boerenhart echt regionaal blijft. Dat past ons. Mensen voelen zich toch meer verbonden met een product dat uit de buurt komt, dan met een streekproduct uit een heel andere regio.”

Toerisme groeit

Van Ginkel levert boerenijs aan een ijssalon in Scherpenzeel en even verderop, richting Leusden, serveert Kano Recreatie Boerderij Berg het ambachtelijk geproduceerde ijs van De Kleine Hope. Eigenaars Coen en Janny Berg verhuren kano’s als nevenactiviteit naast hun agrarische onderneming. “Dat het boerenijs uit de buurt komt, is voor ons een belangrijke reden om zaken te doen met de Kleine Hope”, zegt Janny Berg. “Maar we hebben ook kritisch geproefd, het is erg lekker ijs.” Berg ziet dat het toerisme in de regio groeit en mensen vaker het buitengebied opzoeken om te recreëren. “Het is leuk om mensen te vertellen over de herkomst van het ijs en ze zo meer bij de agrarische sector te betrekken.”

Dat is ook een wens van Kees van Ginkel. Af en toe geeft hij rondleidingen aan groepen en schoolklassen. “Ik vind het belangrijk om mensen te laten zien dat je voedsel gewoon uit je eigen omgeving kunt halen”, zegt hij. Het omgaan met verse producten vergt soms wel de nodige uitleg, ervaart de melkveehouder. “Koeling is bijvoorbeeld heel belangrijk, omdat alleen de meest noodzakelijke toevoegingen worden gedaan. Kiezen voor verse producten kan betekenen dat je kleinere hoeveelheden moet kopen en vaker boodschappen moet doen.”

Lokaal produceren, met aandacht voor de dieren, de omgeving, de klanten en het gezin. Dat is waar het bij Kees en Dikkie van Ginkel om draait. “Hier hebben onze kinderen de ruimte en kunnen ze opgroeien met alles wat deze omgeving te bieden heeft.”