‘Overheid kan overlevingskans van bijen vergroten’

Imker Leo Gensen (rechts): "Bijen maken een wezenlijk onderdeel uit van onze voedselketen"
Imker Leo Gensen (rechts): Bijen maken een wezenlijk onderdeel uit van onze voedselketen"
In de winkel van De Werkbij wordt naast honing en andere bijenproducten allerlei imkerbenodigdheden verkocht.
In de winkel van De Werkbij wordt naast honing en andere bijenproducten allerlei imkerbenodigdheden verkocht.
De honing van De Werkbij wordt onder het eigen label HNYB verkocht
De honing van De Werkbij wordt onder het eigen label HNYB verkocht

Het is stil in de bijenstal. Op imkerij De Werkbij in Rhenen staan zo’n 450 ‘ingewinterde’ bijenvolken. Komend voorjaar zullen ze weer uitzwermen. Om gewassen te bestuiven, of om honing te produceren. Eigenaar Leo Gensen is een van de vijfentwintig beroepsimkers die Nederland rijk is. Met de overname van het Bijenhuis in Wageningen, thuisbasis van de Nederlandse Bijenhouders Vereniging, bouwt hij zijn bedrijf in de FoodValley regio verder uit. Toch is groei voor hem niet het belangrijkste: “Ik wil graag kennis overdragen en mezelf inzetten voor imkers en bijen in Nederland.”

En dat is nodig ook, zo laat Gensen zien. De bijensterfte in Nederland is hoog. “Gewasbeschermingsmiddelen krijgen daarvan vaak de schuld”, zegt de imker. “Maar het is vooral het gebrek aan diversiteit in begroeiing en dus in hun voedsel dat bijen in het nauw brengt.” Volgens Gensen zouden overheden kunnen bijdragen aan de overlevingskansen van bijen door hun maai- en zaaibeleid aan te passen. Dat kan op lokaal niveau, maar Gensen wil ook graag op landelijk niveau de bijen hoger op de agenda. “In Duitsland maakt de bijensector deel uit van het landbouwbeleid”, vergelijkt hij. “Bij ons is er geen beleid, waardoor bijvoorbeeld samenwerking met grote partijen als terreinbeheerders moeilijk te organiseren is.”

Wezenlijk onderdeel

De Rhenense imker houdt regelmatig lezingen en geeft cursussen en dat doet hij graag. Het dagelijkse werk in zijn bedrijf doet hij samen met enkele medewerkers. Zijn vrouw Conny heeft de winkel onder haar hoede, waar naast allerlei imkerbenodigdheden verschillende soorten honing en andere bijenproducten worden verkocht. Begin 2017 komt ook zijn zoon in het bedrijf. Naast de winkel is De Werkbij actief in het verhuren van bijenvolken aan tuinders en telers, voor de bestuiving van hun gewassen. “Wie zich afvraagt wat het belang is van bijen, moet maar eens in een kas gaan kijken”, zegt Gensen. “Bijen maken een wezenlijk onderdeel uit van onze voedselketen.”

Andere bijenvolken worden van april tot oktober uitgezet in zogenoemde ‘drachtgebieden’ in Nederland en Duitsland, voor de productie van honing. De Werkbij heeft inmiddels een eigen label ontwikkeld. Onder de naam HNYB brengt het bedrijf verschillende soorten honing op de markt. “Er is veel vraag naar”, zegt commercieel medewerker Jan Alberti. Zo’n 150 afnemers verkopen de koudgeslingerde honing van De Werkbij. “Niet alleen natuurwinkels, juist ook veel Turkse en Marokkaanse winkels”, laat Alberti weten. “Honing is verweven in hun cultuur en religie. Aan elk type honing wordt een specifieke werking toegedicht.”

Schaalvergroting

De komende zomer hoopt de imkerij te groeien naar 1000 bijenvolken. Dat zijn er heel wat meer dan de bijenvolken waar Kees Van Holland de imkerij begin jaren zeventig mee begon. Hij stapte in 2009 uit het bedrijf, maar onderhoudt nog steeds een paar eigen korven op de imkerij. Leo Gensen is sinds 2015 eigenaar van De Werkbij, toen hij de overstap maakte vanuit zijn imkerij in Wijk bij Duurstede.

Zijn vader was imker, maar dat Leo in zijn voetsporen zou treden, was allerminst vanzelfsprekend. Pas toen hij zijn vader, min of meer noodgedwongen, mee ging helpen in de imkerij, verdiepte hij zich in het bijenhouden. “Het is lange tijd hobby gebleven”, zegt Gensen. “Uiteindelijk heb ik er mijn beroep van gemaakt. Dat is langzaamaan gegroeid. Alleen door schaalvergroting kun je een imkerij rendabel maken. Er is geen bank die in bijenhouden wil investeren, dus hebben we het bedrijf geleidelijk verder uitgebouwd.”

De overname van het Bijenhuis in Wageningen is een enorme aanwinst voor het bedrijf. Het Bijenhuis heeft een grote winkel en is heel bekend in imkerend Nederland. “Als thuisbasis van de Nederlandse Bijenhouders Vereniging is het een instituut”, zegt Gensen. “We hebben nu een groter bereik. Dat helpt ons aan een groter netwerk en het verspreiden van kennis, maar ik hoop ook dat het ons meer ‘body’ geeft om overheden in beweging te krijgen. Er is al veel gepraat, maar de schop moet nu echt de grond in.”

Gensen maakte zijn boodschap afgelopen najaar al duidelijk, toen hij tijdens de Regiotour zo’n tachtig raadsleden en bestuurders uit de FoodValley regio op bezoek kreeg. “De regio als bij- of insectvriendelijke regio op de kaart zetten zou juist als FoodValley regio je ambitie moeten zijn”, vindt de bijenhouder. “Deuren open naar de natuur is een taak voor de regio.” Met een bijdrage aan gevarieerde beplanting langs klompenpaden in de FoodValley heeft de regio een mooie eerste stap gemaakt, meent Gensen. Maar hij heeft meer ideeën: “Zet eens andere planten in je plantsoen, wacht wat langer met maaien en plaats bijenhotels”, geeft hij gemeenten enkele suggesties.

Bijenvolk adopteren

De imker merkt dat samenwerking tussen bedrijven in de FoodValley regio goed op gang komt. In samenwerking met een andere ondernemer staan er workshops ‘koken met honing’ op stapel. Daarnaast geeft De Werkbij bedrijven de mogelijkheid om een bijenvolk te adopteren. Wie een bijenvolk adopteert, krijgt er de opbrengst van, maar kan ook laten zien hoe het de bijen vergaat. Het draagt uiteindelijk allemaal bij aan meer kennis en bewustzijn van het belang van de bij voor onze voedselproductie.

Door kennis te verspreiden en imkers te helpen krijgt de bij in Nederland meer overlevingskansen, zo is de overtuiging van Leo Gensen. Het aantal imkers is het afgelopen jaar weer toegenomen. Het zijn niet meer alleen de stereotiepe pijprokende mannen met een baard die bijen houden. “We zien dat nieuwe bijenhouders, vaak ook vrouwen, vanuit interesse in duurzaamheid en betrokkenheid bij de natuur heel bewust gaan imkeren”, signaleert Gensen. “Het past bij de toenemende belangstelling voor eten uit de natuur en lokale voedselproductie. Dat is een hele mooie ontwikkeling.”