Column: Arbeidsproductiviteit: slimmer werken of slimmer samenwerken?

“Verhogen van de arbeidsproductiviteit vraagt dat we niet harder, maar slimmer moeten werken!” Krantenkoppen, blogs en podcasts laten er geen misverstand over bestaan: er is iets aan de hand met de gemiddelde toegevoegde waarde van een werknemer in een gewerkt uur, oftewel de arbeidsproductiviteit. Deze belangrijke indicator voor het verdienvermogen van Nederland stagneert(Verwijst naar een externe website)al een tijd ten opzichte van andere landen. Dit speelt ook in Regio Foodvalley, waar het mkb de grootste werkgever is. 

De voor de hand liggende reflex? We moeten niet harder, maar slimmer gaan werken. Mooi gezegd, maar wat wordt daarmee bedoeld? Als het tegenovergestelde van 'slim' ‘dom’ is, werkten we hiervoor dan ‘dom’? Lijkt me niet, wel dat we anders moeten gaan werken. 
Meestal wordt slimmer werken in één adem genoemd met de inzet van technologie. We hopen op een AI-prompt die tekorten oplost, een machine die gaten dichtloopt of robots en cobots die werkdruk wegnemen. Er is niets mis met technologische innovatie. Sterker nog, het is noodzakelijk. Maar we maken een denkfout als we denken dat nieuwe technologie automatisch leidt tot slimmer werken en tot een hogere arbeidsproductiviteit. Technologie is de hardware. Absoluut noodzakelijk, maar zonder de juiste 'sociale software' is een nieuwe machine niet meer dan een duur stuk decoratie op de werkvloer.

Slimmer samenwerken

Dit betekent dat we het lef moeten hebben om werkprocessen fundamenteel te herontwerpen met de mens als middelpunt. En dat om het creëren van een organisatiecultuur waarin de medewerker niet wordt aangepast aan de techniek, maar waarin de omgeving wordt gevormd rondom hun kracht en welzijn. De nieuwe Human Capital Agenda (HCA) (pdf, 2 MB)van Regio Foodvalley slaat daarom de spijker op zijn kop: het verhogen van de arbeidsproductiviteit is ook altijd het resultaat van sociale innovatie, wat een duur woord is voor slimmer samenwerken. 

De uitdaging waar we voor staan is dus een dubbele. We hebben technologische vernieuwing nodig om fysieke beperkingen te overstijgen en krapte op de arbeidsmarkt, maar we hebben sociale innovatie nodig om die techniek goed te laten landen. Het verhogen van de productiviteit is geen technologiefeestje. Het is een praktisch gesprek over hoe we ons werk inrichten, hoe we kennis delen en welke autonomie we elkaar gunnen. Het is belangrijk om de 'zachte' kant van innovatie als de hardste voorwaarde voor succes te zien.  

Drie praktische tips:

  1. Geef de werkvloer de regie: Stop met het van bovenaf doordrukken van nieuwe software of systemen. Laat de mensen die dagelijks met de knelpunten werken zelf bepalen wat hun werk makkelijker maken. Geef teams een experimenteerbudget (in tijd of geld) om zelf slimmere werkmethodes te testen.
  2. Maak een skills-agenda: Maak voor elke technologische investering direct een leerplan. Investeer niet alleen in de machine, maar investeer in de mens die hem bedient. Richt je daarbij op vaardigheden die de techniek nooit kan overnemen: creatief meedenken met de klant en het overzien van het hele proces.
  3. Zet 'mislukte proeven' op de agenda: Innovatie stopt waar angst regeert. Maak er een gewoonte van om tijdens het wekelijkse overleg niet alleen successen, maar juist de mislukte experimenten te delen. Als medewerkers zien dat 'proberen en falen' mag, ontstaat de openheid die nodig is om écht slimmer te worden.

Kijk voor meer praktische tips voor werkgevers op: www.werkgeverskracht.nu(Verwijst naar een externe website)

Jan Willem Nuis, Associate Lector HRM bij Christelijke Hogeschool Ede