Regio Foodvalley Ontmoet... Jan Dirk Vossebelt en Edwin van Hoorn
Een talentvijver met een visje voor elk techniekbedrijf
Overheid, ondernemers en onderwijs in Regio Foodvalley komen verder door samen op te trekken voor uitdagingen in de regio. Wié is wáár goed in en kan er wát betekenen? Hoe kunnen we elkaar helpen? Wat doet Regio Foodvalley? Daarover gaan de ontmoetingen in de rubriek Regio Foodvalley ontmoet... In deze editie:
Jan Dirk Vossebelt staat met zijn voeten in de staalbouw en maakt grondig werk van techniekpromotie bij jongeren. Edwin van Hoorn houdt als onderwijsbestuurder helikopterview op veel aspecten van talentontwikkeling in het beroepsonderwijs. Als ze kennismaken, ontdekken ze hoe zij zich inzetten voor genoeg techniektalent voor de toekomst.
“Jongeren moeten eerder in aanraking komen met techniek”, vindt Jan Dirk Vossebelt. “Gemopper dat jeugd van nu ongeïnteresseerder zou zijn dan vroeger klopt niet. Deze jeugd is ánders en wij moeten ons aanpassen. We merken dat ze helemaal ‘aan’ gaan als ze techniek in de praktijk meemaken.”
Staalcampus
Vossebelt is verantwoordelijk voor de Staalcampus® van Brink Staalbouw, een verzamelnaam voor praktijkactiviteiten die het bedrijf organiseert met en voor scholen vanuit de locaties in Barneveld en Nijverdal. “Voor elk lesniveau bedenken we leuke techniekuitdagingen, van kleuterschool tot universiteit.”
Edwin van Hoorn opereert juist tussen bestuurders in het onderwijs, overheid en ondernemers. Hij is bestuursvoorzitter van de Christelijke Onderwijs Groep. Die achtergrond gebruikt hij als lid van de Economic Board Regio Foodvalley en in de stuurgroepen voor de Human Capital Agenda en het Regionaal Werkcentrum Foodvalley.
Techniektalent
“Nú voldoende techniektalent ontwikkelen én behouden is hard nodig”, zegt Edwin van Hoorn. “De arbeidsmarkt in de Regio Foodvalley is al krap en de bevolking groeit de komende jaren sterk. We willen genoeg woningen, oplossingen voor netcongestie, en duurzame innovaties die ons verder helpen. De technieksector is hiervoor een motor van levensbelang. Doen we niks, dan wordt de krapte groter.”
Om elkaar goed te vinden in de vraag naar techniektalent voor de toekomst, zijn ondernemers, onderwijs en overheid de Techniek Coalitie gestart, vertelt Van Hoorn. “Samen werken zij aan doorlopende ontwikkelroutes voor techniektalent: van kennismaken met techniek tot opleiden, ontwikkelen en behouden. Zo zorgen we ervoor dat meer mensen techniek kiezen én zich daarin kunnen blijven ontwikkelen."
Dingen oplossen
Vossebelt laat het coalitiesmeden graag aan bestuurders over. “Toen Brink Staalbouw acht jaar geleden Nijverdal opende, namen mijn broer en ik het voortouw. We zijn een platte organisatie die gericht is op meteen oplossen. Onze medewerkers hebben dat ook. We willen dingen heel simpel houden”, vertelt de staalbouwer.
Vossebelt besefte ook dat het bedrijf later nieuwe ‘Brinkies’ nodig heeft. Die kloppen niet vanzelf aan de poort. “We hebben meteen vol op jeugd ingezet, en we noemden dat de Staalcampus®. We zoeken contact met jongeren op scholen, en werken samen met de opleiders voor techniek, staal en elektro. We zien dat het onderwijs snakt naar practica en samenwerkingsprojecten.”
Dat krijgt op beide locaties vorm. “Kwamen er twee jaar geleden nog 300 schoolkinderen naar ons bedrijf, vorig jaar waren dat er 1500.” Leerlingen uit groep 8 strijden in een brugconstructiewedstrijd met houten ijslolliestokjes om een leuk uitje voor de hele klas. Vossebelt gaat er zelf ook weer een beetje van ‘aan’: “We plaatsten gewicht op hun brug. Ze ontdekten dat driehoeksconstructies erg sterk zijn, en zagen die constructie ook terug in onze producten en bedrijfsgebouw.”
Veranderend onderwijs
“Geweldig hoe onderwijs en bedrijfsleven zo samen nieuwsgierigheid aanwakkeren en jongeren laten ervaren hoe mooi techniek kan zijn. Bij Technodiscovery in Ede zie je dat ook”, zegt Van Hoorn. Maar nieuwsgierigheid is nog niet genoeg, legt hij uit. “Ook de stap naar vakmanschap vraagt nauwe samenwerking, zodat jongeren hun talent ontwikkelen in een leerroute die bij hen past.”
In het MBO gebeurt dat al. BOL-opleidingen zoals bij Technova hebben leren op school centraal staan, terwijl BBL-trajecten werken en leren combineren. “De scheiding tussen theoretisch en praktisch onderwijs is gelukkig steeds minder strikt, er leiden al meer ontwikkelpaden naar hetzelfde doel. Maar de termen ‘hoger’ en ‘lager’ onderwijs zijn me nog een doorn in het oog. Ouders willen hun kind na de basisschool zo ‘hoog mogelijk’ in het onderwijs laten landen. Daardoor komen veel praktische talenten terecht in een theoretische leerweg, terwijl zij juist tot hun recht komen in een leeromgeving die theorie en praktijk combineert.” Naast de BOL en BBL routes, ziet Van Hoorn ook graag andere leerwegen zoals de havo meer met techniek in de weer.
Techniekcentra
De Techniek Coalitie werkt aan regionale techniekcentra waar onderwijs, ondernemers en overheid samenwerken aan het opleiden en ontwikkelen van technisch talent. Van Hoorn: “Daar kunnen jongeren, werkenden én zij-instromers praktijkervaring opdoen, nieuwe vaardigheden leren maar óók ontdekken welke ontwikkelroute het beste bij hen past. Of je nu praktijkonderwijs volgt, op de havo zit, al jaren werkt of juist een overstap naar de techniek wilt maken.”
”Vossebelt weet wel een leuke praktijkopdracht om techniek naar de havo te brengen. Én naar de sociale werkplaats. “Op een praktijk-havo in Twente ontwerpen we nu met leerlingen een buitenkeuken. We gaan met een BIM-engineer de klas in om live ter plekke te ontwerpen. Die keuken willen we samen met de sociale werkplaats bouwen.”
De toekomst
“Weer een geweldige voorbeeld”, vindt Van Hoorn. “Binnen het beroepsonderwijs werken we met meer leerwerkbedrijven samen, zoals ReVaBo, Bouwmensen en de Barneveldse Techniek Opleiding, waar onlangs een afvaardiging van de Tweede Kamer een kijkje kwam nemen. Een nauwere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven is de toekomst.”
Want de weg naar voldoende techniektalent loopt niet alleen via instroom vanuit school, weet Van Hoorn. “Minstens zo belangrijk zijn nieuwkomers of zij-instromers die de overstap willen maken. En ook het behouden van talent dat er al is zodat jonge medewerkers de branche niet al na enkele jaren weer verlaten. Daarom moeten we niet alleen investeren in instroom, maar ook in goede begeleiding en een leven lang ontwikkelen."
Aanhaken
Vergt het ene talent begeleiding bij burgerschap, zoals op tijd komen en afspraken nakomen. Voor het andere talent draait het meer om goede ontwikkelmogelijkheden. Van Hoorn: “In Regio Foodvalley, waar 90% van de ondernemingen minder dan 15 werknemers heeft, is er niet altijd tijd voor talentontwikkeling. Dan zijn wat grotere bedrijven die hierin het voortouw nemen er waarbij je kunt aanhaken heel welkom.”
Vossebelt: “Volgens mij kunnen we als Staalcampus® met voorbeeldopdrachten veel betekenen. Denk aan een leerwerktraject om betere metaalvacatures te maken, of een challenge om een barbecue te lassen uit plaatstaal, afgesloten met een barbecuefeestje voor een goed doel.” Ook voor kleinere bedrijven hoeft aanhaken niet ingewikkeld te zijn, zegt hij. “Ben je trots op je vak? Laat dat dan zien met een leuke activiteit rond je bedrijf. Zo zorgen we er samen voor dat er straks voor iedereen weer voldoende vis in de vijver zit.”
Van Hoorn en Vossebelt wisselen hun visitekaartjes uit. “Kijk, de coalitie begint ook hier.”